Redacteur: Jan H.F. van der Heyden; jan@dommelkmeander.nl; foto Gerd Altmann via Pixabay

Het Nederlandse onderwijs is hoognodig toe aan een stevige kwaliteitsimpuls, vindt het kabinet, en daarvoor is een structurele verandering nodig met nieuwe ideeën en onorthodoxe maatregelen. “Want we zijn te weinig opgeschoten in de aanpak van het probleem.”

Dit schrijven de onderwijsministers Dennis Wiersma (Primair en Voortgezet Onderwijs) en Robbert Dijkgraaf (Mbo en Hoger Onderwijs) aan de Tweede Kamer. Zij staan een andere aanpak voor met meer landelijke sturing door de overheid. Naast de focus op de tekorten in het primair onderwijs willen zij meer aandacht geven aan het voortgezet onderwijs, het speciaal onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en aan schoolleiders in het primair onderwijs. De regionale samenwerking tussen scholen en lerarenopleidingen moet verder worden versterkt en er komt meer zicht op de actuele tekorten, aldus de bewindslieden.

Onderwijsministers willen flinke stappen zetten

De onderwijsministers willen flinke verbeteringsstappen zetten en denken daarbij aan de volgende maatregelen:

  • Een aantrekkelijker beroep, onder andere door meer loon en minder werkdruk. Het kabinet investeert daar structureel 1,5 miljard euro in en heeft daarover afspraken gemaakt in het Onderwijsakkoord.
  • Meer zij-instroom. Mensen die vanuit een ander beroep leraar willen worden krijgen daar meer geld voor. Lerarenopleidingen gaan beter inspelen op de kennis en kunde die zij-instromers vaak al hebben, zodat ze meer dan nu een opleiding op maat krijgen. Daarnaast komt er meer geld om onderwijsassistenten tot leraar op te leiden.
  • Meer studenten naar de lerarenopleidingen, door betere en persoonlijke studiekeuzevoorlichting. Ook willen beide ministers de lerarenopleidingen stimuleren om meer samen te werken, met elkaar en met scholen, omdat daar winst te behalen is. 
  • Meer uren werken. Bekeken wordt hoe leraren gestimuleerd kunnen worden meer uren te werken, bijvoorbeeld door een bonus op meer uren of voltijds werken, en hoe belemmeringen daarvoor weggenomen kunnen worden. Van schoolbesturen wordt gevraagd meer flexibiliteit in werkuren aan te bieden, zodat leraren bijvoorbeeld hun kinderen naar school kunnen brengen.


Maatschappelijke discussie nodig over onorthodoxe maatregelen

Maar er is meer nodig om dit urgente probleem echt aan te pakken, vinden de beide bewindslieden. Daarom starten ze een maatschappelijke discussie over onorthodoxe maatregelen door gesprekken in het land en via sociale media.
Zo is er door de manier waarop scholen nu bekostigd worden geen stimulans om samen het lerarentekort in de regio op te lossen, schrijven ze. “Lerarenopleidingen beconcurreren elkaar om studenten te trekken, scholen kapen leraren bij elkaar weg. Terwijl samenwerking juist belangrijk is, omdat binnen regio’s niet elke school evenveel last heeft van de tekorten.” De ministers willen verkennen of het wenselijk is om andere financiële prikkels in het primair en voortgezet onderwijs te introduceren, al dan niet tijdelijk of regionaal gebonden.

De onderwijsministers zijn van mening dat scholen en besturen als goed werkgever ervoor moeten zorgen dat leraren hun werk goed en met plezier kunnen doen. ”Dat is essentieel om leraren aan te trekken en te behouden. Schoolbesturen moeten dus zorgen voor fijn werk, door goede begeleiding van starters, ontwikkelmogelijkheden en aantrekkelijke contracten. Dat gaat niet overal even goed, daarom komen we met wettelijke eisen voor goed personeelsbeleid.”

In het buitenland heeft het beroep van leraar een hoog aanzien

Uit onderzoek naar goed presterende landen is de bewindslieden gebleken dat daar het beroep van leraar een hoog aanzien heeft en er hoge eisen worden gesteld aan leraren. “Zij zijn immers bepalend voor de kwaliteit van het onderwijs”, aldus Dennis Wiersma en Robbert Dijkgraaf in hun brief aan de Tweede Kamer, “en de vraag is of wij in Nederland, aanvullend op de stappen die de komende periode worden gezet in de scholen en bij de lerarenopleidingen, nog hogere eisen willen stellen aan het beroep en de opleiding, zodat het vak aantrekkelijker wordt. We moeten daarbij goed kijken wat dit betekent voor het lerarentekort, voor de korte en de lange termijn.”

Andere expertises de school binnenhalen

De onderwijsministers zijn van mening dat het klassieke plaatje van één leraar die klassikaal lesgeeft op veel plekken al niet meer haalbaar is. “We moeten kijken hoe we bijvoorbeeld met meer handen rond de klas beter kunnen helpen. Maar soms ook meer ruimte geven voor een andere dag- en weekindeling op basisscholen en middelbare scholen, om beter les te geven en tegelijk het lerarentekort terug te dringen. Dankzij meer ondersteunende functies in de school, zodat de leraar zich kan concentreren op lesgeven. Dat kan door andere expertises de school binnen te halen die leraren werk uit handen kunnen nemen, waardoor leraren zich kunnen toeleggen op gewoon goed lesgeven. Ook digitale hulmiddelen kunnen helpen de taken van leraren te verlichten. De kwaliteit van het onderwijs moet hierbij leidend zijn en blijven.”

“Met elkaar nog harder aan de bak.”

Dennis Wiersma (Primair en Voortgezet Onderwijs): “Leraren, leerlingen en ouders merken dagelijks hoe sluipenderwijs het lerarentekort de klas, de school en de toekomst van leerlingen ontwricht. We hebben dan ook de luxe niet om taboes op te werpen, ook over gevoelige thema’s moeten we het snel met elkaar hebben. Het klassieke plaatje van een vaste leraar voor de klas is op veel plekken al niet meer haalbaar. Steeds vaker moeten groepen een dag thuisblijven of les krijgen van een onderwijsassistent. Ik begrijp heel goed dat veel ouders zich zorgen maken of hun kinderen nog wel goed les krijgen. Juist om goed onderwijs te blijven bieden, moeten we creatief zijn en kijken hoe we goed onderwijs blijven garanderen. Daar moeten we met elkaar nog harder voor aan de bak.”

“Een aantrekkelijk beroep waarin leren en ontwikkelen centraal staan.”

Robbert Dijkgraaf (Mbo en hoger onderwijs): “Het grote tekort aan leraren vormt de achilleshiel van het onderwijs. Alle andere structurele verbeteringen die we willen realiseren in het onderwijs en de samenleving hangen hiermee samen. De tekorten zijn inmiddels ook voelbaar in het mbo. De lerarenopleidingen spelen een belangrijke rol om meer nieuwe leraren op te leiden en wat mij betreft ook in de begeleiding van starters en professionalisering. Zo creëren we een aantrekkelijk beroep waarin leren en ontwikkelen centraal staan. Om dit bijzonder taaie probleem aan te pakken is de inzet nodig van iedereen die bij het onderwijs betrokken is: onderwijspersoneel, werkgevers en opleiders.”

Tekortvakken en kraptesectoren

De komende periode zal het kabinet een aantal succesvolle acties doorzetten en uitbreiden, maar ook andere maatregelen en een centrale aanpak voorbereiden. Op dit moment is er een tekort van 9.100 fulltime leraren in het primair onderwijs en naar schatting 1.700 fte in het voortgezet onderwijs, met name in de ‘tekortvakken’ zoals Nederlands en wiskunde. In het mbo zijn de tekorten vooral voelbaar in de ‘kraptesectoren’ zoals zorg en techniek.


Als je regelmatig en graag goed nieuws leest, dan is nu een goed moment om ons te steunen. Goed Nieuws is gratis toegankelijk voor iedereen en wordt gefinancierd door lezers. Elke bijdrage, hoe groot of klein ook, geeft voeding aan onze journalistiek en verzekert de toekomst van goednieuws.be. Steun Goed Nieuws al vanaf 1 euro - het duurt maar een minuutje. Dank je.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here