bron: IPS - Afbeelding van Hans Genthe via Pixabay

Creatieve genieën zijn van alle tijden, zegt Nicholas Longrich, evolutionair bioloog aan de universiteit van Bath. Hij beschrijft hoe in de prehistorie al enkelingen een grote invloed hadden op technologische innovatie en de loop van de geschiedenis.

De eerste paar miljoen jaar van de menselijke evolutie, verliep technologische innovatie zeer traag. Zo’n drie miljoen jaar geleden maakten onze voorouders de eerste werktuigen, door brokken af te slaan van stenen. Twee miljoen jaar geleden maakten ze de eerste handbijlen. Een miljoen jaar geleden gebruikten primitieve mensen soms vuur, maar het kostte hen veel moeite om het te beheersen.

Die technologische revolutie was niet het werk van één persoon. Er ontstonden innovaties in verschillende groepen – de moderne Homo sapiens, maar ook primitieve neven, mogelijk zelfs Neanderthalers – en verspreidden zich vervolgens. Veel belangrijke uitvindingen waren uniek, een éénmalige gebeurtenis. In plaats van dat ze door verschillende mensen onafhankelijk van elkaar werden uitgevonden, werden ze een keer ontdekt en vervolgens gedeeld. Dat betekent dat een paar slimme mensen verantwoordelijk zijn voor veel van de grote uitvindingen uit de geschiedenis.

En dat waren niet allemaal moderne mensen.

Stenen speerpunt

Een half miljoen jaar geleden bonden primitieve Homo sapiens in zuidelijk Afrika een scherpe steen aan houten stokken. De stenen speerpunt was geboren. Speerpunten waren revolutionair als wapentuig – een pak dodelijker dan de in het vuur geharde houten speer. Het was ook het eerste werktuig waarbij verschillende componenten werden gecombineerd.

De speerpunt verspreidde zich en kwam 300.000 jaar geleden voor in Oost-Afrika en het Midden-Oosten. Vervolgens dook het 250.000 jaar geleden op in Europa, waar het gehanteerd werd door neanderthalers. Dat patroon suggereert dat de speerpunt geleidelijk van het ene volk op het andere werd doorgegeven, helemaal van Afrika tot Europa.

Ontdekking van het vuur

Vierhonderdduizend jaar geleden werden restanten van vuur, zoals houtskool en verbande botten, gemeengoed in Europa, het Midden-Oosten en Afrika. Het gebruik van vuur gebeurde overal ongeveer op dezelfde tijd, in plaats van willekeurig op plaatsen die niet met elkaar verbonden zijn. Dat suggereert een uitvinding gevolgd door een snelle verspreiding. Het nut van vuur ligt voor de hand en een vuur gaande houden is eenvoudig. Een vuur maken is echter veel moeilijker en was waarschijnlijk de belangrijkste barrière.

Daarom gaan wetenschappers ervan uit dat het plotse wijdverbreid gebruik van vuur mogelijk werd door de uitvinding van de vuurboor. Dat is een stok die tegen een ander stuk hout werd gedraaid om wrijving te creëren, een hulpmiddel dat vandaag nog steeds door jager-verzamelaars wordt gebruikt.

Het oudste bewijs voor regelmatig vuurgebruik komt uit Europa, dat toen bewoond werd door neanderthalers. Kregen de neanderthalers vuur maken als eerste onder de knie? Dat zou best kunnen: hun hersenen waren even groot als de onze, dus die draaiden ook op volle toeren. Tijdens de Europese ijstijdwinters hadden neanderthalers het vuur bovendien meer nodig dan de Afrikaanse Homo sapiens.

Bijlen

Zo’n 270.000 jaar geleden begonnen handbijlen te verdwijnen in Centraal-Afrika. Ze werden vervangen door een nieuwe technologie, de zogeheten kernbijl. Kernbijlen leken op kleine, dikke handbijlen, maar waren radicaal verschillende gereedschappen. Microscopisch kleine krasjes laten zien dat kernbijlen aan houten handvatten waren gebonden – waardoor een echte bijl ontstond, zoals we die vandaag nog steeds kennen. Bijlen verspreidden zich snel door Afrika en werden vervolgens door moderne mensen naar het Arabische schiereiland, Australië en uiteindelijk Europa gedragen.

Ornamenten

De oudste kralen zijn 140.000 jaar oud en komen uit Marokko. Ze werden gemaakt door slakkenhuizen te doorboren en ze vervolgens aan een koord te rijgen. In die tijd was Noord-Afrika de thuisbasis voor de archaïsche Homo sapiens. De makers van de eerste versiersels waren dus geen moderne mensen.

Kralen verschenen in Europa zo’n 115.000-120.000 jaar geleden, gedragen door Neanderthalers. Uiteindelijk namen moderne mensen in zuidelijk Afrika het gebruik zo’n 70.000 jaar geleden over.

Pijl en boog

De oudste pijlpunten verschenen meer dan 70.000 jaar geleden in zuidelijk Afrika, waarschijnlijk gemaakt door de voorouders van de San of de Bosjesmannen, die daar 200.000 jaar hebben gewoond. Bogen vonden vervolgens hun weg naar de moderne mens in Oost-Afrika en Zuid-Azië 48.000 jaar geleden, naar Europa 40.000 jaar geleden en uiteindelijk naar Alaska en Amerika, 12.000 jaar geleden.

Neanderthalers hebben de pijl en boog nooit overgenomen, maar de timing van de verspreiding van het wapen betekent dat het waarschijnlijk door Homo sapiens tegen hen werd gebruikt.

Handelstechnologie

Het is niet onmogelijk dat mensen vergelijkbare technologieën in verschillende delen van de wereld op ongeveer hetzelfde moment hebben uitgevonden, onafhankelijk van elkaar. In sommige gevallen is er zelfs geen andere verklaring mogelijk.

Maar de eenvoudigste verklaring voor veel archeologische data is dat veel innovaties één keer zijn uitgevonden en vervolgens wijdverbreid zijn verspreid.

Maar hoe verspreidde technologie zich? Het is onwaarschijnlijk dat individuele prehistorische mensen lange afstanden hebben afgelegd door land dat in handen is van vijandige stammen (hoewel er duidelijk grote migraties waren over generaties).

Afrikaanse mensen hebben dus waarschijnlijk geen Europese neanderthalers ontmoet, of vice versa. In plaats daarvan verspreidden technologie en ideeën zich – overgedragen van de ene groep en stam naar de volgende, en de volgende. Het resultaat is een kennisoverdracht die de moderne Homo sapiens in zuidelijk Afrika onrechtstreeks verbond met archaïsche mensen in Noord- en Oost-Afrika, en neanderthalers in Europa.

Oorlog en vrede

Conflicten kunnen de uitwisseling hebben gestimuleerd, waarbij mensen gereedschappen en wapens stelen of buitmaken. Inheemse Amerikanen kregen bijvoorbeeld paarden door ze buit te maken op de Spanjaarden. Maar het is waarschijnlijk dat mensen vaak alleen technologie ruilden, simpelweg omdat het veiliger en gemakkelijker was. Zelfs vandaag de dag drijven moderne jager-verzamelaars, die geen geld hebben, nog steeds handel. Zo ruilen Hadzabe-jagers in Tanzania honing voor ijzeren pijlpunten die door naburige stammen worden gemaakt.

Archeologie toont aan dat dergelijke handel honderdduizenden jaren oud is. Kralen gemaakt van  struisvogel-eierschalen werden 30.000 jaar geleden gemaakt in hedendaags Zuid-Afrika. Ze werden gevonden op meer dan 300 kilometer van de plaats waar ze gemaakt zijn.
Twee- tot driehonderdduizend jaar geleden gebruikten de archaïsche Homo sapiens in Oost-Afrika gereedschappen van obsidiaan, afkomstig van 50 tot 150 kilometer verderop, verder dan moderne jager-verzamelaars doorgaans reizen.

Ten slotte mogen we menselijke vrijgevigheid niet over het hoofd zien; sommige uitwisselingen kunnen gewoon geschenken zijn geweest. De menselijke geschiedenis en prehistorie waren ongetwijfeld vol conflicten, maar zowel toen als vandaag hebben stammen waarschijnlijk ook vreedzame interacties gehad. Via verdragen, huwelijken en vriendschappen hebben ze misschien gewoon technologie aangeboden aan hun buren.

Genieën uit het stenen tijdperk

Het patroon dat hierboven beschreven wordt – innovaties met één oorsprong en dan een snelle verspreiding – heeft nog een opmerkelijke implicatie. Vooruitgang was misschien sterk afhankelijk van individuen, in plaats van het onvermijdelijke resultaat van grotere culturele krachten.

Denk aan de boog. Het is zo’n nuttig instrument dat de uitvinding ervan zowel voor de hand liggend als onvermijdelijk lijkt. Maar als het zo evident was, zouden we zien dat bogen herhaaldelijk werden uitgevonden in verschillende delen van de wereld. Toch hebben de inheemse Amerikanen de boog niet uitgevonden – noch de Australische Aboriginals, noch de mensen in Europa en Azië.

In plaats daarvan lijkt het erop dat een slimme Bosjesman de boog heeft uitgevonden en dat alle anderen de technologie hebben geadopteerd. Als we daarvan uitgaan heeft de uitvinding van die ene jager de loop van de menselijke geschiedenis voor duizenden jaren veranderd en het lot van volkeren en rijken bepaald.

Het prehistorische patroon lijkt op wat we in historische tijden hebben gezien. Sommige innovaties werden herhaaldelijk ontwikkeld. Landbouw, beschaving, kalenders, piramides, wiskunde, schrift en bier werden bijvoorbeeld op verschillende plaatsen onafhankelijk van elkaar uitgevonden.

Sommige uitvindingen vormen zo’n voor de hand liggende oplossing voor de behoeften van mensen dat ze op een voorspelbare manier boven komen drijven.

Maar veel belangrijke innovaties – het wiel, buskruit, de drukpers, stijgbeugels en het kompas – lijken maar één keer uitgevonden te zijn, voordat ze gemeengoed werden.

Gamechangers

En ook een handvol individuen – Steve Jobs, Thomas Edison, Nikola Tesla, de gebroeders Wright, James Watt, Archimedes – speelden een imposante rol bij het aansturen van onze technologische evolutie. Dat betekent dat zeer creatieve individuen een enorme impact hadden.

Dat houdt in dat de kans op een grote technologische innovatie klein is. Misschien was het niet onvermijdelijk dat vuur, speerpunten, bijlen, kralen of bogen zouden worden ontdekt op het moment van hun ontstaan.

Toen, net als nu, kon één persoon letterlijk de loop van de geschiedenis veranderen, met niet meer dan een idee.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij The Conversation


Als je regelmatig en graag goed nieuws leest, dan is nu een goed moment om ons te steunen. Goed Nieuws is gratis toegankelijk voor iedereen en wordt gefinancierd door lezers. Elke bijdrage, hoe groot of klein ook, geeft voeding aan onze journalistiek en verzekert de toekomst van goednieuws.be. Steun Goed Nieuws al vanaf 1 euro - het duurt maar een minuutje. Dank je.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here