bron: VUB - Afbeelding van gomiche via Pixabay

De COVID-19-pandemie drong een verschuiving naar online lesgeven en leren op in hogescholen en universiteiten over de hele wereld. Daardoor moesten docenten hun onderwijs in zeer korte tijd aanpassen, ongeacht of ze voorbereid waren of niet. VUB-professor Jo Tondeur, gespecialiseerd in educatief ICT-gebruik, onderzocht in een internationale studie hoe leraren de bruuske overgang naar afstandsonderwijs ten tijde van de pandemie hebben ervaren en wat die ervaringen betekenen voor de toekomst. “In het hoger onderwijs gaan we niet meer terug naar 100% fysiek onderwijs, maar veeleer naar de mengvorm van blended leren. Daar is de bal aan het rollen gegaan. Al moet er veel meer aandacht komen voor didactische ondersteuning voor docenten. Want daar knelt het schoentje, veel meer dan voor technologische ondersteuning”, klinkt het bij Jo Tondeur. Toch voelen zestig procent van de docenten zich al klaar om in de toekomst verder online aan de slag te gaan.

Met de terugkeer van bijna alle leerlingen in Vlaanderen naar hun schoolbanken kwam een einde van een bijzonder uitdagende periode, waarin de scholen, leerkrachten en studenten van de ene dag op de andere overschakelden naar afstandsonderwijs. Deze overgang bleek een serieus hindernissenparcours. Te meer daar uit het onderzoek van VUB-professor Jo Tondeur, uitgevoerd in samenwerking met collega’s Ronny Scherer (Universiteit van Oslo), Sarah K. Howard (Universiteit van Wollongong) en Fazilat Siddiq (Universiteit van South-Eastern Norway) bij 1200 leraren uit 20 landen, blijkt dat ruim de helft van de leraren voor de lockdown nog nooit digitaal had lesgegeven. In het secundair onderwijs ligt dat getal nog hoger: daar had 74% geen ervaring met online lesgeven.

Door dat gebrek aan ervaring was er grote nood aan ondersteuning. In het secundair onderwijs voelde 42% zich technisch onvoldoende ondersteund. Maar de nood aan didactische ondersteuning was nog groter: ruim de helft miste pedagogische begeleiding. “Dat is niet verwonderlijk als je erover nadenkt. Omdat alles heel snel moest gebeuren, hebben de meeste scholen er in eerste instantie voor gezorgd dat hun leraren zich konden behelpen: een digitale leeromgeving opzetten, communicatielijnen, enzovoort. Maar online leren draait natuurlijk om meer, zoals op de juiste manier vak-inhoud combineren met didactische strategieën en daar de juiste technologie voor gebruiken. Dat blijft ook een uitdaging voor scholen die volgend jaar willen verder gaan met blended learning”, licht VUB-professor Jo Tondeur toe.

Klassieke onderwijsmethode ontoereikend

De bevraagde leraren konden worden opgedeeld in verschillende profielen, elk met hun eigen vragen en noden. Sommigen hadden bijvoorbeeld het gevoel dat het allemaal te snel ging en dat hun IT-kennis tekortschoot (23% van de respondenten). Ze gaven les zoals ze het gewoon waren, maar dan voor een camera, met als gevolg dat hun leerlingen uitgeput waren na zeven uur voor een scherm. Maar er waren evengoed leraren die de nieuwe mogelijkheden omarmden (14% van de respondenten). Ze gaven hun leerlingen autonomie en pasten hun manier van lesgeven aan naar een meer coachende rol. Die groep scoorde heel goed op vlak van activeren, duidelijke instructies en betrokkenheid.

Die verschillen in profielen kunnen verklaard worden aan de hand van de voorkennis en de tijd die leerkrachten hadden om zich aan te passen, maar ook de mate waarin zij ondersteuning ervaarden van de school zelf. Leraren met weinig ervaring die zich gesteund voelden door de school, waren opvallend meer gemotiveerd om na de pandemie de mogelijkheden van blended onderwijs verder te verkennen (17% van de respondenten).

Meer autonomie motiveert leerlingen

Verschillende respondenten gaven aan dat het online leren hun leerlingen de kans gaf om te oefenen op autonomie. Ze konden zelf bepalen wanneer en hoe snel ze leren. Die zelfstandigheid werkte motiverend. Leerkrachten zagen ook kansen om meer te differentiëren op vlak van leerpaden en werkten op maat van de leerling. Maar het onderzoek toont ook valkuilen. Zo is er bij online onderwijs een groter risico op uitval.

Geen one size fits all voor blended onderwijs

Volgens Tondeur zal het hoger onderwijs niet meer teruggaan naar 100% fysiek onderwijs. “Voor het secundair onderwijs ligt dat anders. Sommige scholen zeggen: “dit nooit meer”, en keren terug naar de situaties zoals het was omdat ze nog niet ver genoeg staan, of omwille van hun context. “Maar veel scholen omarmen het blended leren ook structureel. Ze overwegen bijvoorbeeld een dag per week online les te geven of ze onderzoeken hoe ze open leeromgevingen kunnen creëren op de school zelf.”

De studie legt dus geen magisch recept voor blended onderwijs bloot. “De noden van leraren verschillen sterk, en ook de scholen tonen onderling sterke verschillen. Blended leren zal er anders uitzien in een school met een middenklasse publiek dan in een school met veel leerlingen uit anderstalige of kwetsbare gezinnen. De eerste stap is om als school een visie uit te tekenen. Wat zien jullie als de voordelen van online leren? Hoe kunnen jullie die integreren? En op welke manier gaan jullie leraren ondersteunen? Hoe zorgen jullie ervoor dat er geen leerlingen uit de boot vallen? Op die manier zorg je er als school voor dat je iedereen meehebt”, besluit Jo Tondeur.


Als je regelmatig en graag goed nieuws leest, dan is nu een goed moment om ons te steunen. Goed Nieuws is gratis toegankelijk voor iedereen en wordt gefinancierd door lezers. Elke bijdrage, hoe groot of klein ook, geeft voeding aan onze journalistiek en verzekert de toekomst van goednieuws.be. Steun Goed Nieuws al vanaf 1 euro - het duurt maar een minuutje. Dank je.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here