bron: HOGENT

Op het domein van het MPI De Oase, dat tussen de twee delen van campus Schoonmeersen is gevestigd, startte een grootscheepse boomplantactie. Op termijn moet dat leiden tot een aaneensluitende bosgordel over nagenoeg de hele lengte van de campus langs de R4. Tegen dit najaar krijgen zo’n 3800 bomen en struiken een plaatsje, maar het worden er nog veel meer. Voor dit project sloegen HOGENT en GO! Scholengroep Gent de handen in elkaar. En daar wordt uiteindelijk iedereen beter van: de natuur en het klimaat, maar ook de leerlingen van De Oase, de HOGENT-studenten en de buurtbewoners.

Daarnaast bevatte een tweede zone bomen die onstabiel bleken en om veiligheidsredenen gekapt moesten worden. Ook dat deel wordt opnieuw bebost. In een latere fase, gepland in 2023, komt er ook nog een derde en vierde compensatiegebied van bomen naast gebouw T.

Het MPI De Oase van het GO!-gemeenschapsonderwijs, dat tussen gebouw T en het andere deel van campus Schoonmeersen ligt, bouwt een nieuw internaat. Daarvoor moesten behoorlijk wat bomen gerooid worden. De Vlaamse regelgeving bepaalt dat die bomen met nieuwe exemplaren gecompenseerd moeten worden. Aangezien het gekapte deel veel waardevolle bomen bevatte, bestaat de compensatie uit het drievoud van het oorspronkelijke bomenaantal.

Zo ontstaat geleidelijk een aaneengesloten bosgordel die zich uitstrekt van de sporthal tot aan gebouw T en campus Schoonmeersen afschermt van de R4. Het bosgebied is een buffer tegen luchtverontreiniging – het verkeer op de R4 veroorzaakt veel fijn stof – en geluidsoverlast.

Vele buurtbewoners kijken overigens reikhalzend uit naar de herbebossing. Want sinds de kap van de bomen is de geluidshinder van het R4-verkeer sterk toegenomen. Al zullen ze nog veel geduld moeten oefenen voor de bomen voldoende groot zijn om als geluidsschild te fungeren.

Alleen maar winnaars

“Toen we hoorden van de bouwplannen van MPI De Oase en de herbebossing die ermee gepaard ging, hebben we meteen contact opgenomen met de GO! scholengroep Gent”, situeert Veerle Lamote, die het groenlab van het project Living Lab HOGENT coördineert. “We vonden het belangrijk de expertise die we in huis hebben te delen met GO! Dat heeft uiteindelijk geleid tot een heel fijne samenwerking en is een win voor beide partijen gebleken”, geeft ze nog mee.

De geslaagde samenwerking wordt voortgezet, in de eerste plaats rond het beheer van de groene zone die de twee scholen verbindt: HOGENT zal het volgroeide bos gebruiken als educatief onderzoeksterrein: studenten groenmanagement kunnen de bosontwikkeling opvolgen en het effect van verschillende boomsoorten bestuderen.

Voor de kwetsbare leerlingen van De Oase vormt het bosgebied de rustplek die ze vaak nodig hebben. Maar ook de hele buurt wint erbij, want een deel van het bos zal voor iedereen toegankelijk zijn en het doet dienst als luchtfilter en geluidsscherm. Alleen maar winnaars dus.

Natuurbeheerplan

Om de aanplantingen doordacht en met kennis van zaken te laten verlopen, werd een beroep gedaan op de expertise van HOGENT-lector en -onderzoekster An De Schrijver. Ook student groenmanagement Remy Devlaeminck had een aanzienlijk aandeel in het welslagen: onder begeleiding van An De Schrijver ontwierp hij vorig academiejaar als bachelorproef een natuurbeheerplan dat niet alleen tot meer groen, maar ook meer tot biodiversiteit moest leiden.

“Zo’n natuurbeheerplan omvat in de huidige vorm veel meer dan vroeger”, schetst An De Schrijver, die de student begeleidde en het plan na diens afstuderen verder uitwerkte en op punt zette. “Het gaat niet langer alleen om natuuraspecten, maar er moet ook rekening gehouden worden met sociale en economische elementen.” Het plan voor de boszones maakt deel uit van dat natuurbeheerplan. De grootste zone verbindt de twee delen van de campus Schoonmeersen.

‘Klimaatrobuust’

De nieuwe boszones zullen duurzamer zijn dan de oude, dankzij de gestructureerde aanplant en de keuze voor verschillende soorten en het feit dat rekening is gehouden met de omstandigheden: het deel van de oppervlakte die eerder al bebost was, heeft een totaal andere en betere bodem dan de andere delen waar de bodem veel steenfragmenten bevat. Dat maakt niet alleen het planten moeilijker maar heeft ook een impact op de waterhuishouding, schetst An De Schrijver: “Tijdens het najaar en de winter staat deze zone geregeld onder water, terwijl de bodem in de zomer sterk uitdroogt. Dat vereist dus een vegetatie die tegen deze sterke schommelingen bestand is. De voorgestelde boomsoorten daar zijn Zwarte els, Gewone es, Haagbeuk en Zachte berk.”

De bomen worden in clusters geplant: “Clusters zijn cirkels van dezelfde boomsoort. Op termijn ontwikkelt het geheel zich als gemengd bos met een structuur en met dichte en open plekken, hoge en lage vegetaties. Door met verschillende soorten te werken is het bos niet alleen divers maar ook ‘klimaatrobuuster’. Als een bepaalde soort getroffen wordt door ziekte, blijven er voldoende andere soorten over. Zo beperk je het risico op grote boomsterfte”, legt An uit:

Mantelvegetatie

Er is ook voor geopteerd om tussen de clusters van bomen niets aan te planten, en daar te bekijken welke soorten zich spontaan vestigen. Nochtans zag het Vlaamse Agentschap Natuur & Bos liever dat de hele zone vlakdekkend bebost werd. Maar An De Schrijver is in overleg gegaan met het Agentschap en heeft daar gemotiveerd waarom het beter is om de natuur zich spontaan te laten herstellen. Planten die spontaan ontkiemen, hebben immers veel meer kans om te overleven. Het Agentschap is de HOGENT-experte daar uiteindelijk in gevolgd. Een mooi voorbeeld van hoe je met je expertise impact kan realiseren.

Langs de bosrand komt een mantel- en zoomvegetatie die de overgang vormt tussen bos en het open terrein. An De Schrijver: “Mantel-zoomvegetatie bestaat uit vegetatie die van lage kruiden geleidelijk overgaat in lagere struiken en zo verder naar de hogere boomlaag. Dat is visueel aantrekkelijker. Bovendien trekken die struiken verschillende soorten vlinders en insecten aan, en verhogen op die manier ook de biodiversiteit.”

Bosgevoel

Veel bomen planten, betekent uiteraard niet dat er meteen een bos is. Het vergt jaren voor de bomen voldoende gegroeid zijn om van een ‘bosgevoel’ te kunnen spreken. Al verschilt dat sterk afhankelijk van de soort, illustreert An De Schrijver: “Wilgen en berken, waarvan we enkele clusters voorzien hebben, groeien snel, tot een meter per jaar. Maar andere soorten die geplant worden, waaronder de zomereik en haagbeuk, hebben heel wat meer tijd nodig om tot een volwassen boom uit te groeien. Maar door de variatie aan soorten zal er toch vrij snel een bosklimaat gerealiseerd worden.”


Werd je blij van dit nieuws? Jij kan ons ook blij maken door 1 euro (meer mag natuurlijk ook) per maand over te schrijven op onze Triodosrekening (Goed Nieuws vzw): BE18 5230 8103 2865 - BIC-code TRIOBEBB. Jouw steun helpt ons om goed nieuws te blijven verspreiden. Merci! ❤

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here