bron: IPS - foto: https://creativecommons.org/publicdomain/zero/1.0/deed.en

Een nieuwe studie onderzoekt de relatie tussen gehoorverlies en verstandelijke achteruitgang. De eerste resultaten wijzen erop dat mensen na 18 maanden met een hoorapparaat aanzienlijke verbeteringen laten optekenen op verschillende cognitieve proeven.

Dementie wordt waarschijnlijker naarmate we ouder worden. En, naarmate de gemiddelde leeftijd van de bevolking toeneemt, stijgt dus ook de prevalentie van dementie. Tot op heden is er geen remedie tegen dementie gevonden, al gebeurt er veel onderzoek naar manieren om dementie te behandelen en te voorkomen.

Omdat cognitieve achteruitgang voorafgaat aan dementie, kan het begrijpen daarvan het risico op dementie helpen verminderen.

Gehoorverlies en cognitieve achteruitgang

In het licht daarvan is een groep onderzoekers van de Universiteit van Melbourne in Australië geïnteresseerd in de mogelijke rol van een andere aandoening die vaker voorkomt bij ouderen: gehoorverlies.

Volgens de auteurs van de studie in het Journal of Clinical Medicine krijgt 30 tot 60 procent van de mensen ouder dan 65 te maken met leeftijdsgebonden gehoorverlies. Bij de 85-plussers is dat 70 tot 90 procent.

De auteurs leggen uit hoe “gehoorverlies kan gepaard gaan met andere aandoeningen zoals een slechtere lichamelijke gezondheid, angst, depressie, eenzaamheid en isolatie.” Toch merken ze op dat gehoorverlies vaak onbehandeld blijft. Slechts 1 op de 20 volwassenen in de leeftijd van 50 tot 70 jaar draagt een hoorapparaat.

Risicofactor voor dementie

Bovendien stellen veel medische experts dat gehoorverlies een risicofactor is voor dementie.

Hieruit volgt dat het gebruik van een hoorapparaat het risico op dementie kan verminderen of de voortgang ervan kan vertragen. Tot op heden is hiervoor echter geen doorslaggevend bewijs; sommige onderzoeken vinden voordelen, andere geen.

Maar ook blijkt dat het eerdere onderzoek te maken had met bepaalde beperkingen. Zo hadden sommige onderzoeken bijvoorbeeld alleen toegang tot de data uit relatief kleine steekproeven of vertrouwden ze op de getuigenissen van mensen die zelf gehoorverlies en cognitieve achteruitgang rapporteerden.

Andere studies verzamelden geen informatie over het opleidingsniveau, de stemming, en de geestelijke activiteit van de proefpersonen, ook zaken die de cognitieve achteruitgang kunnen beïnvloeden.

Eerste hoorapparaat

Aan de laatste studie deden 99 volwassenen mee tussen 62 en 82 jaar met gehoorverlies die pas voor het eerst een hoorapparaat gingen gebruiken.

De wetenschappers onderzochten de proefpersonen net voor hun eerste gebruik, en 18 maanden later. Ook werd gekeken naar eventuele verschillen tussen mannen en vrouwen.

Er werd informatie verzameld over het gehoor, de spraakherkenning, fysieke activiteit, levenskwaliteit, stemming, eenzaamheid en algehele gezondheid.

Ze beoordeelden ook de cognitieve prestaties van de deelnemers in vijf domeinen: psychomotoriek, aandacht, werkgeheugen, visueel leren en uitvoerende functies.

De auteurs waren hierbij in eerste instantie geïnteresseerd in de relatie tussen gehoorverlies en cognitieve stoornissen en wilden nagaan of het dragen van een hoorapparaat de cognitieve vaardigheden kan beïnvloeden.

Verbetering cognitie 

Na 18 maanden was er een duidelijke verbetering in de zelfgerapporteerde spraakperceptie (het begrijpen van zinnen en woorden) in stille situaties, zoals dat volgens de onderzoekers “algemeen wordt gerapporteerd door gebruikers van gehoorapparaten.”

Het onderzoek van de cognitieve functies na 18 maanden toonde geen gemiddelde verbeteringen van de scores op cognitieve tests.

Als ze de uitvoerende functies van de deelnemers echter apart gingen testen, zagen ze wel significante verbeteringen. Slechts bij één van de 99 proefpersonen was dat niet het geval.

Uitvoerende functies zijn de cognitieve vaardigheden die we elke dag nodig hebben in het leven. Ze omvatten onder meer flexibel denken, werkgeheugen en zelfbeheersing.

De onderzoekers ontdekten ook dat degenen die hun apparaten het meest gebruikten, de grootste verbeteringen in cognitieve prestaties konden voorleggen. Ook wat betreft de algemene levenskwaliteit was er een aanzienlijke verbetering.

Verschil tussen mannen en vrouwen

Verbetering op vlak van deze uitvoerende functies was meer uitgesproken bij vrouwen dan bij mannen. Analyse van enkel de cognitieve gegevens bij de vrouwen gaf ook blijk van significante verbetering op vlak van het werkgeheugen, visuele aandacht en visueel leren.

De auteurs stellen dat het verschil tussen de geslachten, althans gedeeltelijk te wijten kan zijn aan het feit dat vrouwen hun gehoorapparaten 56,3 procent van de tijd gebruikten, terwijl dat bij mannen slechts 33,3 procent van de tijd was.

Voorlopige resultaten bemoedigend

De auteurs waarschuwen dat de resultaten van hun onderzoek niet representatief zijn omdat de meeste deelnemers hoger opgeleid zijn en het dus geen representatief staal uit de bevolking betreft.

Van hoger opgeleide mensen wordt aangenomen dat ze meer cognitieve reserves hebben en in dat opzicht iets beter bestand zijn tegen cognitief verval.

Ze concluderen wel dat er “ondanks de kleine steekproef significante verbetering van de cognitie werd waargenomen na 18 maanden gebruik van het gehoortoestel.” Ze noemen de resultaten bij deze eerste deelnemersgroep alvast “opwindend en bemoedigend.”

Geestelijke gezondheid

Eerdere studies hebben een verband aangetoond tussen gehoorverlies en geestelijke gezondheidsproblemen. In de huidige studie was de geestelijke gezondheid gemiddeld na 18 maanden goed, maar om de impact van gehoorapparaten op de geestelijke gezondheid volledig te beoordelen, zullen de wetenschappers meer onderzoek moeten doen met grotere, meer diverse steekproeven van de bevolking.

Hoewel sommige risicofactoren voor dementie, zoals het ouder worden en genetische voorbestemdheid niet kunnen worden gewijzigd, kunnen andere worden geminimaliseerd, en een aanpasbare risicofactor is gehoorverlies.

Het dragen van een hoorapparaat zal dementie wellicht niet volledig kunnen voorkomen, maar, zoals de auteurs schrijven: “Als het begin van functionele beperkingen voor sommige mensen zelfs maar met enkele jaren kan worden uitgesteld, zou dit al een belangrijke prestatie zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here