bron: IPS

Het seizoensaanbod respecteren, focussen op lokale productie, plasticverpakking vermijden en de CO2-uitstoot van je bedrijf compenseren door te herbebossen. Julien de Brouwer, oprichter van The Barn, is formeel: “Een leefbaar, transparant en duurzaam project dat biologische voeding voor iedereen toegankelijk maakt is mogelijk.”

Vorige maand opende, na drie vestigingen in Brussel, de vierde winkel van The Barn in Antwerpen. Oprichters Julien de Brouwer en Quentin Labrique omschrijven de shops als  overdekte seizoensmarkten waar een efficiënt model het mogelijk maakt dat biologische voeding gemiddeld 20 procent goedkoper wordt aangeboden.

Prijs drukken

De twee ondernemers hebben een verleden in de sportsector en waren zelf al jaren fan van biologisch eten. Telkens krabden ze zich echter in de haren als ze aan de kassa zagen wat ze daarvoor moesten neertellen.

“We hebben vervolgens samen beslist om er een project van te maken en te kijken hoe sterk we de prijs konden drukken en toch een knap concept neerzetten”, zegt Julien de Brouwer. “Belangrijk voor ons was dat het hele verhaal klopte en het zowel voor de consument, als voor de lokale boeren waarmee we werken, voor het milieu en ten slotte ook voor onszelf een meerwaarde kon zijn.”

Selectief aantal producten

Zeg je hiermee dat The Barn meer is dan louter een winkel?

Julien de Brouwer: “We wisten meteen dat we een project wilden dat ook keek naar het welzijn van de boeren, de natuur en het behoud van de bodem. Biolandbouw was sowieso al ons ding, maar we zagen dat het probleem van dit type landbouw lange tijd was dat de prijzen te hoog lagen voor de eindconsument en het dus moeilijk was om er echt een succesverhaal van te maken.

“Wij hebben daarom een idee bedacht om die duurzame voeding toegankelijker te maken voor iedereen. Hoe doen we dat? Door een selectief aantal producten te kiezen, ze niet te verpakken en ze rechtstreeks van de boer af te nemen. Alles wordt in bulk verkocht. Dat zijn zaken die ervoor zorgen dat je marges ruimer worden en de prijs voor de consument kan zakken.”

Eén witte en één rode wijn

Dat klinkt heel eenvoudig.

“Toch is het zo. Wij hebben maar 400 referenties, een supermarkt heeft er gemakkelijk 20.000. Dat maakt alleen logistiek al een enorm verschil uit. Je hebt geen keuze uit 20 soorten boter of tientallen soorten wijn. Bij ons vind je één witte en één rode wijn. Wij doen dat heel bewust om op die manier de boer te ondersteunen.

“Zijn of haar product wordt bij ons nooit beconcurreerd. Dat is zeker op vlak van groenten en fruit een enorme meerwaarde voor die leveranciers. Ze kunnen grote volumes naar één plaats brengen waardoor hun winst een stuk meer verzekerd is.

“Wij proberen op die manier de partnerschappen met onze producenten en coöperatieven sterk te valoriseren. Dat werkt goed want zij realiseren een omzet tussen 40.000 en 70.000 euro per jaar voor een oppervlakte van ongeveer een hectare.”

Eenvoudig

“Verder zijn onze winkels heel eenvoudig ingericht en stimuleren we de consument ook om z’n eigen potjes en verpakking mee te brengen. Al die zaken leiden ertoe dat de prijzen voor bioproducten bij ons lager liggen.”

The Barn zet erg in op een nauwe samenwerking met z’n leveranciers. Waarom?

“We werken enkel met kleine boeren en op het einde van elk jaar komen we samen en bekijken we of het een win-win-situatie is geweest voor iedereen. Indien dat niet het geval is, passen we het businessmodel aan.

“De bedoeling is dat dit concept leefbaar wordt voor alle partners, dat was het uitgangspunt van bij het begin. Daarom stellen we hen indien nodig ook een voorfinanciering voor. Tussen de zaaitijd en de verkoop van een product ligt voor elke boer vaak zes tot zeven maanden tijd. Dat is een lange periode om te overbruggen.”

Lokale oogst

Jullie kiezen bewust voor lokale oogst. Wordt de winkel tijdens de winter dan niet heel eentonig?

“We gaan niets van de andere kant van de wereld laten overvliegen als het ook in België groeit. Tomaten bieden we daarom bijvoorbeeld alleen aan tijdens de zomer. Soms moeten we wat verder uitwijken, maar niets van groenten en fruit komt van buiten Europa, met uitzondering van bananen die we toch willen aanbieden omdat het, samen met de appel, de nummer één is van fruit op onze markten.

“Het is een product dat zelfs door heel milieubewuste gezinnen wordt gekocht vanwege de voedzaamheid en omdat er geen volwaardig alternatief voor bestaat.”

Geen mango en ananas

“Mango en ananas zal je hier niet vinden omdat ze veel minder een basisproduct zijn. We bieden wel gedroogde mango aan en werken hiervoor met een kleinschalig project in Burkina Faso dat inzet op de tewerkstelling van vrouwen. Dat zijn voorbeelden van projecten die we erbij nemen omdat we die willen ondersteunen en deze zaken ons aanbod toch wat uitbreiden maar op een zo bewust mogelijke manier.

“Om onszelf te verplichten om zoveel mogelijk dicht bij huis te halen, berekenen we ook één keer per jaar onze ecologische voetafdruk en gaan die in samenwerking met de organisatie Graine de vie trachten te doen dalen. De CO2 die we toch nog uitstoten, gaan we compenseren door te herbebossen in Madagaskar. Vorig jaar waren dat in totaal 17.000 bomen. Op die manier kan je dus stellen dat we een CO2-neutraal bedrijf zijn.”

Dit artikel maakt deel uit van de reeks SDG’S: NOG 10 JAAR TE GAAN. Het project in dit verhaal werkt vooral aan SDG8: waardig werk en economische groeiSDG11: duurzame steden en gemeenschappen en SDG12: verantwoorde consumptie en productie.


Werd je blij van dit nieuws? Jij kan ons ook blij maken door 1 euro (meer mag natuurlijk ook) per maand over te schrijven op onze Triodosrekening (Goed Nieuws vzw): BE 18 5230 8103 2865. Jouw steun helpt ons om goed nieuws te blijven verspreiden. Merci! ❤

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here